Het idee voor dit boek komt van mijn vrouw Leonora Farkas, de tweede dochter van Imre en Erzsebeth die na de opstand in Hongarije in 1956 naar de Verenigde Staten vluchtten. Op 24 september 1964 kwam Leonora ter wereld in Newton, een klein plaatsje aan de rand van Boston, Massachusetts.
Leonora was dol op dieren. Ze had een klein hondje, Spitzy genaamd, en ze kon goed paard rijden. Ze speelde dwarsfluit en zat bij de padvinderij, girl scouts heet dat in de Verenigde Staten. Maar het liefst zat ze bij oma Anyu naar haar verhalen te luisteren.
Na haar eindexamen ging Leonora economie studeren in Philadelphia, maar eigenlijk had ze liever iets met kunst gedaan. Ze verhuisde naar San Francisco waar ze een jaar bij Nintendo werkte. Dat was toen nog een bedrijf waar ze bordspelletjes maakten; van gameboys en DS had nog niemand gehoord.
Toen aan het eind van de vorige eeuw de grenzen van Oost-Europa weer open gingen, wilde Leonora het land van haar ouders, Hongarije, wel eens zien. Daar ontmoette ze mij, de man met wie ze later zou trouwen. In het verhaaltje over Italië zie je Leonora samen met mij zitten op het San Marco plein in Venetië. Ik heb dan net gevraagd of Leonora met mij wil trouwen.
Kort daarna kregen wij een dochtertje dat we Mila genoemd hebben. Eenmaal terug in Amerika kreeg Mila er twee zusjes bij, Eva en Saskia. Leonora deed niets liever dan voorlezen en op een dag besloot ze een verhaal te maken over de landen waar we gewoond hadden en de reizen die we samen hadden gemaakt. In dat verhaal zouden kinderen dingen doen en beleven die kenmerkend zijn voor hun land en hun cultuur. Zo’n boek wilde ze voor haar eigen kinderen en voor iedereen die het maar lezen wilde.
Leonora overleed op 40-jarige leeftijd in Mexico. Negen maanden later ben ik samen met onze drie dochters naar Nederland verhuisd. Wij wonen nu in Haarlem. Mila, Eva en Saskia doen het heel erg goed op school. Het zijn fantastische, blije meiden, maar we missen Leonora natuurlijk wel heel erg.
Marcel Belt